img1
1
img2
2
img3
3
img4
4

Onze werkwijze

In een vraaggesprek naar de aard van uw klacht(en), het beoordelen van samenhangende factoren en de gevolgen voor uw dagelijks leven krijgen we een eerste beeld.

Na een voetinspectie, een mobiliteitsonderzoek van de voeten en eventuele palpatie gericht op specifieke plaatsbepaling van klachten aan de voeten, wordt de voetstand beoordeeld en gemeten op de voetspiegel. In het houdingsonderzoek verrichten wij testen en metingen op de wervelkolom en wordt gekeken naar de stand van het gehele lichaam, beginnend bij de voeten. Beenlengte en diepte van de rug-holte met daarbij aanwezige spierspanningsverschillen is hier van belang. 

Met behulp van wigjes en ondersteundende elementjes onder de voetzool bepalen we een deel van ons zoolrecept. De invloed hiervan is direct meet- en zichtbaar.

Vervolgens scannen we uw voeten met onze 3D-voetscanner en wordt de “Full-contact”-zool in de computer vormgegeven. Later worden dan nog de specifieke houdingselementjes daar aan toegevoegd. 

Zes tot acht weken na ingebruikname van de zolen verrichtten we een vervolg onderzoek. De zolen hebben u gedurende die tijd een ideaalstand gegeven en de lichaamshouding verbeterd. De houdingselementen passen we dan direct aan. Voor het vervolg van de behandeling maken we weer een afspraak, meestal een tweede vervolgmeting na zes maanden en daarna één keer per jaar.

Schoenadvies

Er is volop keuze in veel verschillende modellen en kwaliteiten. Ook zijn er gelukkig steeds meer schoenfabrikanten die rekening houden met "zolen-klanten". Een aantal basis-voorwaarden kunnen we U altijd meegeven:

  • Een vlakke binnenzool: geen fabrieksmatige verhogingen in de schoen, het liefst die met uitneembare voetbedden
  • De hielpartij (het contrefort) moet voldoende stijf te zijn om u stevigheid te geven, vooral voor voeten die naar binnen of buiten kantelen. Bij sport- en wandelschoenen is dit natuurlijk ook zeer belangrijk
  • Een goede hakhoogte is 1 tot 2 cm; voor een goede werking nooit hoger dan 4 cm. Een stabiele hak is natuurlijk niet zo smal
  • Tussen de zool en de hak v/d schoen, onder de middenvoet is een goede schoen stijf en buigt daar niet door. Een ingebouwde stalen strip (cambreur) voorkomt dat. Schoenen met een sleehak of doorlopende zool voorkomen ook het doorzakken van de schoen. (klik op de afbeelding voor een vergroting)
  • Het buigpunt v/d schoenzool ligt onder de bal v/d voet. Voor een goede afwikkeling hebben we daar graag veel souplesse. Bij ernstige gewrichtsberperkingen zijn schoenen met een ingebouwde afwikkeling vaak een uitkomst. Een afwikkelbalk kan eventueel ook later worden aangebracht wat wij ook voor u kunnen verzorgen. Hardloop- en wandelschoenen hebben overigens ook al zo’n voorziening
  • De hakken mogen gerust iets schuin afslijten, dat is normaal tot 30°. Wanneer dat veel meer is, ga dan tijdig naar de schoenmaker. Een scheve schoen beïnvloed uw voetstand en lichaamshouding negatief
  • Een goede pasvorm; d.w.z.: de juiste lengte en breedte maat, goede sluiting en bewegingsruimte voor de tenen. Voor "knobbelige" voeten geen stiknaden en/of voeringsranden op die plaatsen. Eventueel kunnen we helpen met onze rekleest en knobbeltang.

Richtlijnen en tips

Onderhoud tip's:
Haal uw zolen ‘s-avonds uit uw schoenen.
Laat uw zolen nooit op cv-radiator of kachel drogen.
Zand en vuil kunt u verwijderen met een vochtige doek.
Voetcrème gebruikt U het het best ’s-Avonds, anders wordt het leer te vet.
Zomer’s liever blootvoets? Gebruik dan katoenen kousenvoetjes over het zooltje.
 
Richtlijnen voor het gebruik van uw zolen:
De zolen mogen gelijk de hele dag gedragen worden.
Bij spierpijnreakties terug naar eerst halve dagen.
Na twee weken mogen er geen nieuwe klachten meer zijn.
Zes weken na aflevering van de zolen kunt u een controlebezoek afspreken.
Als de zolen niet prettig zitten dan meteen een afspraak maken en ze uitlaten.
Het is raadzaam 1 maal per jaar op controle te komen.
Bij klachten kunt u eerder een afspraak maken.
Het bovendek van de zolen kan vernieuwd worden bij slijtage.
 
Richtlijnen voor het gebruik van uw siliconen-orthese:
De orthese met twee handen voorzichtig aanbrengen.
De orthese werkt het best in een dichte schoen met voldoende teenruimte.
In open schoenen bestaat de kans op verliezen.
De orthese mag geen pijn doen of irriteren, anders even bellen.
U kunt de orthese afspoelen onder de kraan en af en toe met talkpoeder inwrijven.
Een gescheurde orthese kan soms nog gerepareerd worden.
 
Kinderzolen:
Bij elke grotere schoenmaat is een controle nodig. Kinderzolen kunnen eenmaal vergroot en op de nieuwe schoenen aangepast worden. Ook kunnen ze dan meteen een nieuw kleurtje uitkiezen. Neem even de nieuwe en de oude schoentjes mee.